Brahma uniek charisma
Berend Beekhuis » Kleindierliefhebberij » Duitse Schoonheidspostduif

 

Duitse Schoonheidspostduif  - Deutsche Schautaube

Sinds 1966 heb ik Duitse Schoonheidspostduiven, het eerste koppel blauw gebande heb ik gekocht op de PVA-Kersttentoonstelling van kleindieren in Apeldoorn. Als 14-jarige kwam ik daar terecht via deelname aan de Kind en Diershow, een keuring voor huisdieren waar ik met een postduif aan deel nam, als beloning mocht je onder meer rondkijken op de Kersttentoonstelling. Mijn aandacht werd getrokken door de duiven die te koop waren o.a. de blauw gebande Duitse Schoonheidspostduiven ze pasten binnen mijn spaarpotbudget van 15 gulden en werden dus mijn eigendom. 

De fokresultaten van de blauwe Duitsers bleven uit, tegen, het koppel presteerde hoegenaamd niets, een  vervangende blauwe duivin gekocht op de volgende Kersttentoonstelling was ook geen verbetering.

Dus op zoek naar andere Duitse Schoonheidspostduiven, die werden gevonden in Vaassen bij Frans de Nijs, ook tentoonsteller op de Kersttentoonstelling. De eerste witte en ook rood en donker werden in het voorjaar 1968 gehaald per fiets, wat goed te doen was vanuit mijn woonplaats Apeldoorn. Van Frans kreeg ik ook de beschikking over het DSP boekje van Meenderman en ten Broeke, dat werd "gekopieerd" d.m.v. overschrijven en overtekenen op transparant papier. Daarna ben ik vaker heen en weer gefietst, want met de kennis opgedaan uit het boekje moesten het toch wat andere en betere duiven worden.

De eerste fokresultaten kwamen er al snel. Met een jonge witte duivin werd het predikaat ZZG behaald op de tafelkeuring (jongdierenkeuring) van de PVA, afvaardiging naar de Kampioenskeuring van het Veluws Verband was een feit, waar de duivin opnieuw ZZG scoorde, een mooie start dus.

De bontfok was een probleem, de in Nederland aanwezige witte Duitse Schoonheidspostduiven hadden niet het gewenste vlekken patroon, het bont uitte zich praktisch alleen in witpennen en kleurstaarten met een enkel vlekje in de nek of op de vleugel. Voor de keurmeesters in de 70er en begin  80er jaren niet zo'n probleem, ze kregen evengoed een behoorlijk predikaat.

Het vlekkenpatroon kwam pas nadat ik in 1985 duiven had gehaald bij vader en zoon Thomas in de omgeving van Frankfurt en ook duiven kon krijgen van de bekende Nederlandse fokker fokker Joop Dullaert. Zijn stam bestaande uit 9 koppels wit en bont kon ik in 1990 overnemen. Pas nadat de nodige aanpassingsproblemen van de nieuwe duiven overwonnen waren wat enkele jaren heeft gekost en het inkruisen van o.a rood- en geelzilver geband vanaf 1993 zijn de fokresultaten en dus ook de resultaten op de tentoonstelling verbeterd.  De rood- en geelzilver gebande op zich waren zo goed in kwaliteit dat ik ze in de fokkerij een aantal jaren gehandhaafd heb, het verloop van de fokkerij is te volgen bij de respectievelijk vermelde kleurslagen.

Tot op de dag van vandaag zijn de Duitse Schoonheidspostduiven dus steeds op mijn hok aanwezig geweest en heb de ontwikkelingen meegemaakt van een enigszins lompe en grove duif, waarbij de aandacht praktisch volledig naar de kop ging, naar  het hedendaagse totaalbeeld; een elegante verschijning die tot in de kleinste onderdelen geperfectioneerd moet zijn.

 

                         

 

In Duitsland is de tenaamstelling al heel lang geleden gewijzigd van Ausstellungsbrieftaube via Schonheitsbrieftaube tot het huidige Deutsche Schautaube.

Het ras heeft hier mee op grond van zijn ontwikkeling terecht afstand genomen van zijn afkomst omdat de raseigenschappen in een totaal andere richting (elegantie) zijn gegaan en niet veel meer te maken hebben met eigenschappen van de huidige tentoonstellings en schoonheidspostduiven in het algemeen.

Iets waar we in Nederland op het gebied van de jurering door niet specialist-keurmeesters nog regelmatig de mist mee in gaan, omdat mede gelet op de naam nog steeds eigenschappen worden toegedicht die beslist niet meer gewenst zijn.

Misschien wordt het hier dan ook echt tijd om de naam te veranderen in Duitse Showduif of Duitse Tentoonstellingsduif, in de zestiger jaren van de vorige eeuw is het ook al eens ter sprake geweest om dit te veranderen in Nederland, is dus niet doorgegaan, de problemen met het keuren zijn na die tijd dan ook nauwelijks veranderd.